CE-Markering
De Europese Unie (EU) streeft naar een vrij verkeer van goederen tussen de lidstaten. Om dat te bereiken stelt de Europese Ministerraad richtlijnen vast voor bepaalde productgroepen. Zo zijn er richtlijnen voor kleding en persoonlijke beschermingsmiddelen. De richtlijnen bepalen aan welke eisen producten moeten voldoen op bijvoorbeeld het gebied van veiligheid, gezondheid, milieu of consumentenbescherming. De lidstaten moeten de richtlijnen omzetten in nationale wetgeving. Zo worden handelsbelemmeringen door verschillen in nationale eisen aan producten weggenomen. Producten die voldoen aan de eisen uit de richtlijn moet de producent voorzien van een CE-markering (Conformité Européenne). Deze producten mogen daardoor vrij worden verhandeld binnen de Europese Economische Ruimte (EER).
EN-Normen
Alle beschermende kleding wordt ingedeeld in de volgende Type-klassering:
-
Type I: relatief lage eisen, deze mogen vrij gelabeld worden. Een voor- beeld hiervan is EN 343 voor slecht weer kleding, als kleding met dit label wordt geleverd, moet wel volgens EN 343 getest worden; een typekeuring is niet verplicht.
- Type II : hiertoe behoort alle kleding die niet onder Type I of III valt. Hiervoor moet een typekeuring uitgevoerd worden door een gecertificeerd instituut, zoals bijvoorbeeld Centexbel. Er wordt een zogenaamde conformiteitsverklaring afgegeven; eenmaal getest hoeft niet regelmatig opnieuw getest te worden.
- Type III: deze beschermende kleding valt onder de zwaarste klassering, omdat ze bescherming biedt tegen levensbedreigende omstandigheden.
Er zijn een groot aantal Europese normen van toepassing op bedrijfskleding. Onderstaand een overzicht met de belangrijkste:
EN 340
Algemene eisen voor beschermende kleding.
EN 343
Beschermende kleding tegen slechte weersomstandigheden.
EN 368
Beschermende kleding tegen vloeibare chemicaliën.
EN 468
Dit type kleding wordt beproefd volgens de norm EN 468, spray test, waarbij geen lekkage mag worden vastgesteld. De norm is bedoeld voor kleding die noodzakelijk is voor werkomstandigheden waarbij een volledige lichaamsbescherming vereist is, maar waarbij het dragen van gasdichte kleding niet van toepassing is. De gebruikte materialen dienen ook getest te worden op de permeatieweerstand tegen chemicaliën. De permeatieweerstand (weerstand tegen doordringing op moleculair niveau) wordt bepaald met behulp van de beproevingsnorm EN 369.
EN 463
Vloeistofdichte kleding is bestemd voor toepassingen waarbij men wordt blootgesteld aan een krachtige straal vloeibare chemicaliën. Deze standaard specificeert minimumeisen voor chemische bestendige kleding met vloeistofdichte verbindingen tussen de kledingonderdelen, aan handschoenen en laarzen.
EN 470 / 1
Beschermende kleding voor lassen en vergelijkbare werkzaamheden.
EN 469
Beschermende kleding voor brandweerlieden.
EN 471
Waarschuwingskleding met hoge zichtbaarheid. Veiligheidskleding volgens EN471 is wettelijk vereist voor iedereen die op straten, wegen en op bouwplaatsen werkzaam is. Zelfs als er slechts een beperkt deel van de dag op een werkplek met verkeer wordt gewerkt, dient er altijd veiligheidskleding te worden gedragen. De Arbeidsinspectie heeft als controlerende instantie het algemene toezicht op de veiligheidskleding. De werkgever draagt de verantwoordelijkheid voor het ter beschikking stellen van veiligheidskleding in de juiste klasse, terwijl de werknemer persoonlijk verantwoordelijk is voor het dragen ervan.
Klasse 3
Dient gedragen te worden door iedereen die werkzaam is op wegen met normale rijsnelheden, bij actieve treinrails en bij reddingsoperaties. Tevens bij werkzaamheden op bouwplaatsen. Een werkkledingset behoort in de regel tot klasse 3. Een combinatie van een jack en broek bijvoorbeeld, maar ook shorts en een verkeersvest voldoen aan de eisen van klasse 3. Overalls behoren natuurlijk ook tot klasse 3. Parka's en pilotenjacks voldoen als afzonderlijke kledingstukken ook aan de eisen van klasse 3.
Klasse 2
Mag gedragen worden door mensen die toezicht houden op de werkzaamheden waarvoor kleding van klasse 3 is vereist. Kleding van klasse 2 bestaat bijvoorbeeld uit een verkeersvest, een tuinbroek of een t-shirt.
Klasse 1
Bijvoorbeeld een broek, mag alleen gedragen worden door mensen die een bezoek brengen aan een gebied waarvoor kleding uit klasse 2 of 3 is vereist. Deze bezoekers dienen begeleid te worden door mensen die in het gebied werkzaam zijn.
Als de werkzaamheden in de loop van de dag variëren, of als u twijfelt, wordt klasse 3 aanbevolen. In klasse 3 dient het fluorescerende materiaal minimaal uit 0,8 m2 te bestaan. Het reflectiemateriaal dient minimaal uit 0,2 m2 te bestaan.
EN 531
Beschermende kleding voor industrie-arbeiders, die worden blootgesteld aan hitte (uitgezonderd voor brandweerlieden, zie EN 469 en lassers, zie EN 470/1).
EN 1149 / 1
Beschermende kleding voor elektrostatische eigenschappen.
PrEN 13034
Beschermende kleding tegen vloeibare chemicaliën (type 6 kleding).
Kleding van type 6 wordt zowel getest op penetratie van chemicaliën door de gebruikte materialen (testmethode EN 368) als op vloeistofdoordringing op het kledingstuk.
ISO 13982
Kleding van het type 5 getest volgens ISO 13982 tegen inlekken van aërosolen (testmethode B) en fijne vaste deeltjes (testmethode A). Zowel de gebruikte materialen als de confectie van het kledingstuk worden hier getest, zelfs na uitvoering van verschillende bewegingen door de gebruiker van het kledingstuk.
|